Het enige middel om kansengelijkheid te bevorderen is het stroomlijnen van opstromen.

Terug naar voorpagina Vorige stellingVolgende stelling



9

>> Het enige middel om kansengelijkheid te bevorderen is het stroomlijnen van opstromen.

Kansenongelijkheid staat, mede door de documentairereeksen 'Klassen' en 'Publieke tribune' zeer in de belangstelling. De focus ligt op de schoolkeuze aan het eind van de basisschool. Het schooladvies en de Cito score resulteren in een 'definitief advies'. In de praktijk is dat geen advies maar voor veel leerlingen een veroordeling. Want als je een VBMO advies hebt gekregen is het maar een schrale troost voor Yunuscan dat 'hij later altijd nog hogerop kan'. Want zo is ons onderwijs niet ingericht. Uitstel van de schoolkeuze met een of twee jaar is natuurlijk geen oplossing. Want de omstandigheden voor leerlingen zullen nauwelijks of niet wijzigen. Waar de leerling wel veel baat bij zal hebben is een wat langer schooltraject. Een VWO diploma halen na Havo, een Havo diploma halen na VMBO kader. Stapelen en opstromen biedt de mogelijkheid om de omstandigheden te trotseren door in een wat lager tempo toch je individuele optimale eindresultaat te bereiken. In het programma 'Publieke tribune' over het onderwijs in Heerlen deed een docente aan de universiteit van Maastricht een treffend verslag van de lange en zware tocht die zijn had afgelegd om haar resultaat te bereiken. Het is voor leerlingen in het VO buitengewoon moeilijk om op te stromen naar een volgend schooltype. Cijferdrempels zijn hoog, scholen bieden geen kansen, bang als zij zijn voor hun plaats op de ranglijsten.

Voor leerlingen is het eenvoudig om naar een hoger schooltype door te stromen. De leerplannen en de school organisatie zijn daarvoor geschikt, de leerplannen zijn herzien en op elkaar afgestemd. Scholen worden beloond voor opstromers. Het is normaal om te starten op VMBO kader en succesvol te eindigen op HBO of WO. Tempo differentiatie biedt gelijke kansen, compenseert de verschillen die zijn ontstaan door de omstandigheden waarin een leerling zich ontwikkelt.

10 eens (91%)
1 oneens (9%)



Reacties op deze stelling

Bijdrage van E.R. Erkelens:
Naar aanleiding van berichten van Ben Wilbrink is het beter te spreken van "een goed middel" in plaats van het 'enige' middel. Daarnaast bracht hij in dat kansengelijkheid moeilijker is: eerlijke kansen zou daarom beter zijn. De nieuwe stelling zou dan ook in twee delen gesplitst kunnen worden: - Gelijke kansen bestaan niet, eerlijke kansen wel. - Door opstromen te stroomlijnen bevorderen we eerlijke kansen. Als onderwijs moeten we dan ook inzetten op deze eerlijke kansen. Hierdoor zou opstromen (van VMBO naar HAVO naar VWO) moet mogelijk moeten zijn én blijven. Zelfs vanaf VMBO-B tot VWO zou mogelijk moeten zijn, bij voorkeur op dezelfde school. Een VO-school zou alle mogelijkheid moeten hebben en moeten bieden aan leerlingen om hogerop te door te stromen.

Bijdrage van Onne van Buuren:
Opstromen vraagt om veel differentiatie. Differentiëren vraagt veel tijd en expertise van docenten. Dat gaat alleen goed als de klassen kleiner worden. Bovendien zullen leerlingen met achterstanden niet gemakkelijk kunnen opstromen, de achterstanden verhinderen dat. Voor die leerlingen is het nodig dat ze meer tijd krijgen, dus dat er betere mogelijkheden komen om te stapelen. Die mogelijkheden moeten bovendien reëel zijn. Op dit moment is de kloof in kennis en vaardigheden tussen bijvoorbeeld 4 vmbo-tl en 4 havo bij wiskunde B onhaalbaar groot voor de meeste (bijna alle) leerlingen.

Vorige stellingVolgende stelling


Een eigen reactie toevoegen?

Hieronder kunt u uw eigen reactie toevoegen aan deze stelling.
Alle velden zijn verplicht.

Wat is uw naam?
Hoe staat u tegenover de stelling?



Wat wilt u zeggen?

Wat is uw emailadres?

Terug naar voorpagina